Herinvoering lachgas dichter bij
Geplaatst op 30-06-2011 om 15:44
Het eerstelijns Geboortecentrum Sophia te Rotterdam heeft als eerste geboortecentrum groen licht gekregen om Relivopan (lachgas) als pijnbestrijdingsmiddel in te zetten in de eerste lijn. Dit heeft de Arbeidsinspectie en Inspectie van de Gezondheidszorg besloten in navolging van het KNOV (koninklijke nederlandse organisatie verloskundigen)-onderzoek.
De KNOV heeft onderzoek gedaan, mede gefinancierd door Achmea, naar de veiligheid en haalbaarheid van de toediening van Relivopan in de eerstelijns verloskunde. De conclusie van het onderzoek was dat, mits toegepast met adequate toedienings- en afzuigingsmogelijkheden, het middel veilig toegepast kan worden binnen de eerstelijns verloskunde.
In Nederland wordt sinds 2004 bijna geen Relivopan meer gebruikt tijdens de baring (vroeger bekend als Entonox of Denilox). Aanleiding was destijds het advies van de Inspecties van de Gezondheidszorg en de Arbeidsdienst om het gebruik van lachgas zoveel mogelijk te beperken en bij voorkeur te beëindigen. Reden waren de mogelijke negatieve effecten op de vruchtbaarheid cq het risico op aangeboren afwijkingen bij de zorgverlener die met het middel moest werken en hierdoor het middel ook (veelvuldig) inademde. Het klimaat rond pijnbehandeling lijkt echter minder terughoudend te worden. Relivopan heeft daarnaast voordelen boven andere middelen.
Bij een door het Erasmus MC gesuperviseerde en gefinancierde pilotopstelling in het Geboortecentrum Sophia is aangetoond, dat toediening van lachgas met gebruik van bronafzuigingen en in acht nemen van organisatorische maatregelen veilig kan worden toegediend tijdens bevallingen. De meetresultaten zijn aan de Arbeidsinspectie en Inspectie van Gezondheidszorg gepresenteerd en zij zien op grond van deze resultaten geen belemmeringen.
In het najaar komt een vervolggesprek met KNOV, het Geboortecentrum Sophia, Erasmus MC en de beide inspecties over de landelijke invoering. Dan worden nadere afspraken gemaakt over wie bevoegd worden om het middel te gebruiken, welke aanvullende scholing nodig is en dergelijke.
Bron: KNOV





