Ouders besteden meer tijd aan kinderen
Geplaatst op 17-05-2011 om 19:14
Moeders besteedden in 2005 bijna veertien uur per week aan de zorg voor kinderen,
vaders ruim zes uur per week. Ouders met een jongste kind tot 4 jaar besteden beduidend meer tijd (gemiddeld ruim zestien uur per week) aan hun kind(eren) dan ouders
met oudere kinderen. De eventuele vrees dat ouders vanwege toegenomen arbeidsverplichtingen minder aandacht aan de opvoeding besteden, blijkt niet gegrond. Ouders zijn in de afgelopen decennia namelijk niet minder tijd met hun kinderen gaan doorbrengen. Integendeel, er gaat tegenwoordig meer tijd naar de kinderen dan vroeger.
De tijd die werkende moeders en vaders aan de kinderen besteden, is sinds 1980 zelfs
bijna verdubbeld. Met name moeders weten de zorg voor kinderen vaak met andere
activiteiten te combineren.
De meeste ouders ervaren de combinatie van betaald werk en de zorg voor kinderen als
druk maar verrijkend. Zij geven aan er goed in te slagen de tijd die zij met hun kinderen
doorbrengen te combineren met de verplichtingen van betaald werk.
Opvoeding
Volgens de criteria die (westerse) opvoeddeskundigen hanteren, doen de meeste ouders
in Nederland het naar eigen zeggen goed. Ouders geven aan dat de opvoeding van hun
kinderen gekenmerkt wordt door een hoge mate van ondersteuning en een voldoende
mate van structuur en regelmaat. Om het gedrag van hun kinderen te reguleren maken
de meeste ouders gebruik van autoritatieve controle, zoals het geven van uitleg en het
wijzen op mogelijke gevolgen van gedrag. Autoritaire controlestrategieën zoals straffen
en belonen worden veel minder vaak gehanteerd. Slechts 15% van de ouders zegt weleens
een fysieke straf (pedagogische tik) uit te delen.
Verreweg de meeste ouders zijn tevreden met de gang van zaken thuis. Tegelijkertijd ervaart meer dan de helft het ouderschap als moeilijker dan tevoren gedacht. Een deel van de ouders twijfelt aan hun competentie als opvoeder.
Gezinsvormen
Het gehuwde paar met kinderen is nog steeds verreweg de meest voorkomende gezinsvorm, maar niet-getrouwde paren met kinderen zijn duidelijk in opkomst. Ruim de helft van de ouders is niet getrouwd op het moment dat het eerste kind wordt geboren, en steeds meer ouders blijven ook na de geboorte van hun eerste kind ongehuwd samenwonen.
Bij een grote meerderheid van de bevolking is er een sterke tolerantie ten aanzien
van de verschillende manieren waarop mensen hun gezin willen vormgeven. Kinderloosheid, kinderen krijgen en opvoeden binnen een niet-huwelijkse relatie, en kinderen
opvoeden binnen een homoseksuele relatie worden slechts door een kleine minderheid
van zo’n 15% of minder afgekeurd. Overigens houdt deze tolerantie op wanneer het
gaat om alleenstaand ouderschap: de meerderheid van de bevolking keurt het af als een
vrouw een kind wil, maar geen partner en is van mening dat een kind twee ouders nodig
heeft om gelukkig op te groeien
Bron: gezinsrapport 2011 Sociaal en Cultureel Planbureau





