Vermijdbare babysterfte moet binnen 5 jaar halveren
Geplaatst op 05-01-2010 om 15:34
In vergelijking met andere EU-landen is de babysterfte in Nederland relatief hoog. Daarom heeft minister Klink van VWS in de zomer van 2008 de Stuurgroep zwangerschap en geboorte ingesteld. Deze Stuurgroep komt met een advies, waarin zij haar visie geeft op hoe we in Nederland met elkaar moeten gaan bouwen aan een eigentijdse en betrouwbare zorg rond zwangerschap en geboorte.
Het advies 'Een Goed Begin; Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte’ van de stuurgroep wordt 6 januari as officieel aangeboden aan minister Klink.
Aan de totstandkoming van het advies hebben ruim zeventig vertegenwoordigers van cliënten, beroepsgroepen, verzekeraars en relevante koepels meegewerkt.
Hieronder kun je in grote lijnen het advies van de stuurgroep aan de minister lezen:
1. Moeder en kind in de hoofdrol
Luister naar de verwachtingen, wensen en angsten van de zwangere en betrek actief haar leefomgeving. Hierdoor krijgt de zorg een lerend karakter waarin naast de medische ook de (psycho)sociale aspecten de juiste aandacht krijgen.
2. ‘Gezond oud worden, begint al in de baarmoeder’
Vrouwen moeten gezonder aan een zwangerschap beginnen. Dit vereist een kanteling van een reactieve naar een meer proactieve benadering van de zorg rond zwangerschap en geboorte. Het betekent vooraf de best mogelijke condities voor een eventuele zwangerschap creëren en niet afwachten totdat zich tijdens de zwangerschap of bevalling risico’s voordoen.
3. Goed geïnformeerde zwangere
Ook de zwangere heeft een eigen verantwoordelijkheid om haar zwangerschap zo gezond en veilig mogelijk uit te dragen. Hierin moet zij worden ondersteund door heldere en eenduidige voorlichting over alle facetten van de zwangerschap, bevalling en kraamperiode.
4. Samen verantwoordelijk
Alle professionals vormen een netwerk om samen een zo gezond en veilig mogelijke zorg rond zwangerschap en geboorte te bieden. Dit vereist bindende afspraken over kwaliteit, registratie, verantwoording en transparantie. Instrumenten daarvoor zijn: een landelijk College Perinatale Zorg, actieve participatie in verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s), en voor iedere zwangere een casemanager, geboorteplan en verplicht huisbezoek.
5. Specifieke en intensieve aandacht voor vrouwen uit achterstandssituaties
Voor vrouwen woonachtig in achterstandswijken, van niet-westerse afkomst en/of met een lage sociaaleconomische status moet er aanvullend op de aanbevelingen uit dit advies, een nationaal programma ‘zwanger in achterstandssituaties’ komen. Met daarin doelgroepspecifieke voorlichting, preventie en intensivering van begeleiding.
6. Bevallende vrouw niet alleen
Vanaf het begin van de bevalling wordt de zwangere niet meer alleen gelaten. Zij wordt begeleid door een kraamverzorgende of O&G-verpleegkundige en bewaakt door een medisch professional.
7. 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid
Op ieder moment, dus overdag, ’s avonds en in het weekend, moet de zwangere er op kunnen rekenen dat de noodzakelijke behandeling binnen 15 minuten kan starten.
“In dit advies aan de minister ligt dé mogelijkheid om de perinatale en maternale sterfte en morbiditeit in Nederland terug te dringen. De Stuurgroep adviseert de minister om de aanbevelingen uit dit advies integraal over te nemen en de uitvoering en implementatie te faciliteren”, aldus prof. dr. J. van der Velden, voorzitter van de Stuurgroep zwangerschap en geboorte.
Bron; knov.nl
Wil je het hele advies lezen? klik hier




