Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 10-11-2011
Door Caroline Grootes
Ze is negentien en ze heeft besloten dat ze voor het moederschap in de wieg is gelegd.
Ze heet Chamaira Gwendolyn Cloé Dos Santos Gomez, ze wordt door haar vrienden kortweg Cloé genoemd. ‘Surinaams’ zijn betekent meestal dat tenminste één grootouder geboren is in Suriname, en vaak dat de andere drie grootouders uit alle delen van de wereld afkomstig kunnen zijn. Bij navraag blijkt Cloé naast Afrikaanse zowel Nederlandse, Chinese als Portugese genen te bezitten. Die genen hebben gunstig uitgepakt: ze is een schoonheid, met dik zwart haar met een kastanjerode gloed, amandelvormige ogen met lange zwarte winpers en een mooie café-au-lait tint. Dat ze niet op de catwalk loopt is aan haar te geringe lengte te wijten, ze meet maar één meter zestig. Ze werkt bij de supermarkt. Ik kan me voorstellen dat menig man expres bij haar rij voor de kassa aansluit. Aan belangstelling van mannen heeft ze nooit gebrek gehad, en het is meer toevallig dan iets anders dat haar laatste vriendje de vader is van haar kindje. Helaas besluit hij dat de verantwoordelijkheid hem op dit moment toch iets teveel is en trekt hij zich terug uit Cloé’s project. Nu baart alleenstaand moederschap ons zeker op deze leeftijd meestal veel zorgen, maar die worden al snel weggenomen door de warme familie die Cloé om zich heen heeft. Een veelvoud aan vrouwen: moeders, oma’s, tantes, nichtjes (ook al met kinderen) en vriendinnen staan haar met raad en daad bij en komen ook veelvuldig mee op de controles bij ons op het spreekuur. Ze kan een ruime étage delen met een nichtje die ook een peuter heeft, in de wijk waar ook haar moeder woont. Wij denken dat het haar wel gaat lukken! Ook de zwangerschap verloopt voorspoedig. Ze klaagt nauwelijks, ze ziet er stralend uit.
Bij negenendertig weken en zes dagen belt ze me ’s ochtends om tien uur op. Ja, met Cloé... Nou ik weet het niet zeker hoor, maar misschien ben ik toch een beetje bezig... Ik heb krampen hè, in mijn buik... Sinds zeven uur. Ik onderbreek haar aarzelende relaas: Komt het al regelmatig? Om de zoveel minuten? Ja-ah, om de twintig minuten wel denk ik, of misschien vaker... het doet wel erg pijn hoor! Nou, dan is het vast wel een beetje bezig. Ik beloof aan het einde van mijn visites langs te komen. Om twaalf uur ben ik er. Het valt niet tegen, Cloé heeft al drie centimeter ontsluiting en de weeën komen nu regelmatig om de vijf à zeven minuten. Ze is er benijdenswaardig rustig onder! Moeder en nichtje zijn er ook, peuter kruipt gezellig rond. Ik heb vanmiddag nog een spreekuurtje, als dat klaar is kom ik weer kijken, Eerder bellen mag natuurlijk altijd, en de praktijk zit vlakbij. Tegen het eind van mijn spreekuur komen er nog twee spoedgevallen langs, en ik loop aardig uit. Ik verwacht ieder moment een telefoontje van Cloé... Als ik zie hoe laat het is, na zessen, bel ik zelf maar even. Hoe gaat het, komen de weeën al vaak? Haar moeder vertelt me dat ze het nog steeds prima doet, lekker gedoucht heeft en het fijn vindt als ik zo kom. Ik beloof na mijn volgende en laatste controle direct hun kant op de komen.
Zo loopt het al tegen half zeven als ik weer binnen kom. Ik wil naar Cloé doorlopen, maar haar moeder ontfermt zich onmiddellijk over me. Zo vrouw, heb je nou de hele dag gewerkt, je zal wel moe zijn. Heb je wel gegeten? Nee, ik heb nog niet gegeten. Dat kan toch niet. Kijk, ik heb een grote pan soep gemaakt, ik ga gauw een kom voor je inschenken. Dan kijk ik even bij uw dochter hoor! Maar ondertussen ben ik maar wat blij met die soep want ik rammel echt van de honger en ik weet niet of Cloé mij nog naar huis laat gaan... Ze zit nu echt heel goed in haar weeën, ze praat niet meer en het nichtje masseert haar rug. Als de wee over is, is ze er weer helemaal bij. Ze ziet er wat moe uit, maar is nog vol goede moed. Ik denk dat het vandaag nog komt hoor, zegt ze dapper, misschien na twaalven, dan beval ik op mijn uitgerekende datum. Het lijkt wel een prestigekwestie, een soort netjes nakomen van je afspraken! Ze heeft al zes centimeter ontsluiting en het voelt allemaal heel goed aan: de vliezen staan nog, het hoofdje is ingedaald en de weeën doen goed hun werk. Het hartje van de baby klopt regelmatig. We kunnen naar het bevalcentrum hoor! Ik denk bij mezelf dat de kans groot is dat ze nog ruim voor twaalven bevalt. Maar van de aanstaande oma moet ik echt eerst soep eten. Die is heet, pittig, goed gevuld en verrukkelijk! Ik knap er enorm van op. Zo, nu naar het bevalcentrum. Moeder, nichtje en Cloé zelf zijn alle drie op hun eigen mobieltje aan het bellen. Als ik het goed begrijp wordt de hele familie en vriendenkring op de hoogte gebracht van de aanstaande bevalling en de locatie waar die plaats gaat vinden. Ik ben benieuwd wat ze er op het bevalcentrum van vinden als er zoveel aanhang arriveert.
Wordt vervolgd...
Linneke82 scheef op 14-03-2012 om 09:28:08
Mooie column! En helemaal waar, hier ook geen contractverlenging gehad met een rotsmoes 1,5 week nadat ik kenbaar had gemaakt zwanger te zijn... Wat voel je je dan naar zeg!





