Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 13-10-2010
Caroline Grootes
Het was het lange weekend van 'Sail' in Amsterdam. Iedereen met een bootje, schuitje, kano, of anderszins drijvend gevaarte/luchtbed/zeepkist bevond zich op het water van de grachten of het IJ, en iedereen zonder drijfvervoer bevond zich in zijn auto op, om of in Amsterdam om dit spektakel gade te slaan. Ik ging de dienst in voor een praktijk aan de rand van het centrum van Amsterdam. Met een vooruitziende blik had ik vast een snelle maaltijd genoten om half zes; onze diensten lopen van zes uur ’s avonds tot de volgende dag zes uur ’s avonds. Nog voor zessen belde ik de praktijktelefoon om de dienstdoende te vragen hoe het er voorstond. Nou, het was goed dat ik belde. Ik kreeg de dienstdoende aan de lijn, ook een waarneemster.
Zij was nog met een bevalling bezig in het ziekenhuis, maar enkele uren geleden had ze een collega naar een andere zwangere gestuurd, die ook weeën had. Die had beloofd dat er om half zeven weer een verloskundige zou komen. Half zeven? Ja, en ze woont nogal ver, bijna bij het Centraal Station. Hoever was de ontsluiting toen? Om half vier had ze vier centimeter. Ik ben bang dat ik niet zo snel bij haar kan zijn, ik moet uit Amstelveen komen! Nou, ik ga maar meteen op weg dan! Heeft ze al weer gebeld? Nee, dat niet.
Al na luttele kilometers stond ik in de file op de snelweg naar de ring om Amsterdam. De TomTom bleef maar minuten toevoegen aan de arriveertijd. Ik schoof met de snelheid van een traag verlopende ontsluiting verder naar de A10. Verliep de ontsluiting van de barende ook zo traag? Of ging ze juist lekker vlot? Vier centimeter om half vier, een centimeter per uur, is zeven cm om half zeven. Zou kunnen. Maar na vier cm gaat het vaak veel vlotter, dan kom je uit de ‘latente’ en in de ‘actieve’ fase, de ene wee na de andere, hard werken, van de ene korte pauze naar de andere korte pauze tussen de weeën. De fase van ‘je moet nu de verloskundige bellen, ik doe het niet meer!’
Het ziekenhuis waar mijn collega bezig was, ligt aan de snelweg. Ik besloot dat het krijgen van de diensttelefoon, de map met patiëntgegevens en de baarkruk de korte omweg rechtvaardigde. Ik reed voor, bij de eerste hulp, waar mijn collega klaarstond om de spullen in mijn auto te gooien en weg was ik weer, opnieuw de file in. Half zeven inmiddels. De telefoon ging. Edmund, in onberispelijk Oxford Engels, om te melden dat Felicity nu wel erg hard ging. Was ik er al bijna? Nou, ik doe mijn best. Heeft ze al persdrang? Nee, nog niet echt. Zijn de vliezen al gebroken? Nee, volgens hem niet. Maar ze heeft bijna geen pauzes meer tussen de weeën. Ik kom zo snel mogelijk, maar het is rush-hour en de Sail zorgt voor veel extra verkeer. Moet ik een andere verloskundige gaan zoeken die misschien nog iets sneller bij jullie kan zijn? Ik vreesde echter dat iedereen op dit moment er meer dan een kwartier over zou doen hun adres te bereiken. Edmund vond dat het nog wel ging. Ze doet het fantastisch, zei hij, we wachten op je. Toffe vent, vond ik nu al! In de file overwoog ik mijn mogelijke tijdwinst als ik een afslag eerder zou nemen en verder door de stad ging rijden. Maar ik was niet bekend in hun buurtje, dus ik was ook bang om ergens vast te lopen in eenrichtingverkeer of aan de verkeerde kant van een gracht! Volhouden dus maar. Minuten verstreken, weer een auto opgeschoven. Ik moet nú die ring af, besloot ik. Amsterdam in, richting Haarlemmerstraat, richting het centrum. Stoplicht na stoplicht. Ik kon niet eens de trambaan nemen. Bij de Haarlemmerpoort meende ik dat ik verderop naar links kon, maar Tommie vond dat ik de Houtmankade moest nemen. Zou er iets opgebroken zijn? Toch maar doen wat Tom zegt. Hé, politie... O daar is een aanrijding gebeurd. File. Edmund aan de lijn. Ze denkt nu toch dat ze moet persen. O.K., voorzichtig meedrukken op het hoogtepunt van de wee als ze het niet meer tegen kan houden. En mocht de baby er nou uitkomen: het enige wat je moet doen, is warm houden. Leg de baby op de moeder en toedekken met handdoeken. Bellen in de auto, ook handsfree met oortjes in, is afleidend. Getoeter achter me, een gebarende agent voor me, we mogen er langs. Nog enkele tientallen meters en dan de brug over. Bel. Zakkende slagbomen. Nee, nee, nee. Niet al die pieremegoggels nu er door laten. Maar ja hoor, daar ging weer zo’n jacht met hoge mast door de gracht. Ik haat Sail! Brug omhoog... Moest ik nu naar die agenten rennen en roepen: doe die brug voor me open, ik bedoel dicht, nee, open, ik moet erdoor, ze moet persen ja, ik moet er bij zijn! Hij ging vast weer snel naar beneden. Hup erdoor jullie met die bootjes. Daar zakte hij weer. Mag eerst de andere kant rijden? Hoezo, waarom? Eindelijk, over de brug. Bijna meteen sta ik weer stil, file in de smalle straat na de brug. Teveel verkeer in één keer, stoplicht aan het eind. Naast mij straten verboden in te rijden. Ik moet zo wel naar rechts. Kaart erbij. Als ik hier nou even stout doe, dan kan ik daar weer twee keer rechts... Ja, op hoop van zegen, uit die file. Tegen het verkeer in, stil straatje, niks aan de hand, rechts, rechts, nu moet ik er bijna zijn. TomTom heeft ook zijn route weer opgepikt. Parkeren? Laden en lossen, tot 19 uur...dat is het nu en dat ga ik doen ook!. Hier ga ik staan. Bordje SPOED achter de voorruit. Tassen op mijn nek. Gracht met mooie, tot appartementen verbouwde oude pakhuizen. Waar is het nummer? Ben ik op tijd? Edmund knikt. Ja, daar is ze.
Ik staar in het duister van een kleine slaapkamer. Waar? Daar, op de grond. Felicity zit op haar knieën, hoofd naar beneden. Na de wee kijkt ze op: ik heb gelezen dat dit de beste houding is nu, denk je dat al bijna zo ver is? Ja, goed gedaan joh. Ze heeft inderdaad volledige ontsluiting, maar eigenlijk maar net, ze heeft nog niet echte persweeën. Klaargezet, kraamzorg gebeld, uitgehijgd, adrenalinespiegel laten zakken... Het persen duurde toch nog anderhalf uur, lang, maar niet uitzonderlijk voor een eerste kind. Een prachtige dochter werd geboren tegen negen uur. Felicity perste op haar hurken, liggend op bed, staand, op handen en knieën en op de baarkruk, waar Emily uiteindelijk geboren werd. Supertrots belde Felicity haar moeder. Helemaal gelukt thuis te bevallen. En tot tien centimeter was de verloskundige er niet eens bij!
‘I stuck my bum up in the air to keep her there until the midwife arrived!’
Einde Oxford English.
Linneke82 scheef op 14-03-2012 om 09:28:08
Mooie column! En helemaal waar, hier ook geen contractverlenging gehad met een rotsmoes 1,5 week nadat ik kenbaar had gemaakt zwanger te zijn... Wat voel je je dan naar zeg!





