Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 16-09-2010
door Pauline Sampiemon
Zaterdagmorgen een uur of vier. U noemt dat waarschijnlijk nacht maar wij noemen dat morgen. Mijn telefoon gaat – de dienst telefoon. Ik heb maar een iemand uitgerekend deze maand en haar wel gisteren gestript, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat zij nu weeën heeft.
En dat klopt, het is mijn collega, zij staat dubbel.
Dat wil zeggen: zij is met een bevalling bezig en kan daar niet meer weg.
Of ik even wil gaan kijken bij een mevrouw die haar eerste kindje zal krijgen. de hele nacht al lichte weeën heeft en het nu eigenlijk niet meer trekt.
Ik ga natuurlijk kijken.
En inderdaad, er zijn weeën en ik blijf een tijdje aan het bed zitten om te kijken hoe vaak ze komen en hoelang ze duren of de buik goed hard wordt. Ondertussen probeer ik Jessica uit te leggen hoe ze de weeën op kan vangen zonder het risico te lopen dat ze straks gaat hyperventileren... En na een tijdje doe ik een inwendig onderzoek en ik luister naar de harttonen.
Het schiet nog niet zo heel erg op. Jessica kan nu na mijn instructie wat beter met de weeën omgaan. We spreken af dat de collega die nu dubbel staat zodra ze klaar is contact met haar opneemt om te kijken hoe het gaat.
Ik begeef me weer naar huis. Het loopt ongeveer tegen een uur of zes; de krant ligt al op de deurmat en terwijl ik koppen snel, gaat weer mijn telefoon.
Dezelfde collega: inmiddels is haar cliënte bevallen, maar ze kan nog niet weg; nu belt er iemand met weeën die de vorige keer heel snel bevallen is. En terwijl ik al bellend in de auto spring, zegt ze nog snel: o ja, de vorige keer kwamen de schouders nogal moeilijk en dit kind is zeker groter.
Jajajaja zo spring je midden in een verhaal, maar goed we zullen zien en maar snel een kraamverzorgster bellen, dan heb ik in ieder geval hulp mocht het nodig zijn.
Maria is echt heftig in partu, zoals wij dat in vaktermen noemen. De ene wee naar de ander, nauwelijks tijd om op adem te komen en ze moet vreselijk hard werken om ze op te vangen.
Ik heb al mijn spullen mee naar binnen genomen en begin met Maria zo in bed neer te leggen dat ik er goed bij kan en een inwendig onderzoek kan doen om de uitgangssituatie te bepalen.
Acht centimeter en gebroken vliezen, mooie harttonen te horen.
Dat gaat prima; dit kindje zal snel geboren worden dus we bellen zonder langer te wachten de kraamverzorgster.
Ondertussen zet ik alles klaar en probeer Maria nog te ondersteunen bij het opvangen van de weeën en het persen nog even tegen te houden.
Binnen een klein uurtje is er persdrang precies als de kraamverzorgster ook arriveert. En we zijn net aan het persen als ook de collega binnenstapt voor wie ik inval.
Maria snapt het even niet meer. Ze wil een knip en die vrouw die haar begeleidt, (dat ben ik dan) die kent ze helemaal niet, roept ze tussen het persen door benauwd uit.
Mijn collega en ik loodsen haar samen door de baring heen en er wordt na een knip en toch wel een halfuurtje persen een mooi inderdaad stevig meisje van ruim acht pond geboren.
Vergeet ik nog te vermelden dat net bij de aanvang van het persen de 2 andere kinderen wakker zijn geworden een meisje van een jaar of tien en een jongetje van nog geen twee. Zij zitten op de eerste rij.
Ik vind het spannend; een onbekende cliënt, een groot kind en dan die kinderen daar, die je geen trauma wil bezorgen.
Ik ben dan ook blij dat we uiteindelijk met zijn drieën zijn.
De knip wordt gerepareerd, het kleine zusje wordt nagekeken en dan is het tijd om je als hulpverleners terug te trekken zodat de kersverse ouders met kind(eren) even van elkaar kunnen genieten en ongestoord kennis kunnen maken.
Het is ook altijd leuk om dan als collega’s even bij te kletsen.
En dan altijd weer in een ander huis, maar deze keer was het wel een heel bijzondere zaterdagochtend.
In de huiskamer bevond zich namelijk een enorm aquarium eigenlijk meer een terrarium met kikkers, gifkikkers wel te verstaan.
Daar sta je dan, met de vader en een kraamverzorgster te kijken naar een bak met de meest exotische kikkers in prachtige kleuren, knalblauw, de gifklikkertjes heel klein met ook mooie oranje tekeningen.
‘Ja,’ zegt de kraamverzorgster, ‘die worden toch gebruikt voor die giftige pijlen die dodelijk zijn.’
‘Jazeker,’ beaamt Jan.
‘Maar hoe kun je ze dan pakken? Want dat is bij aanraking dan toch ook gevaarlijk?’.
‘Nee,’ legt Jan uit, ‘want doordat ze hier ander voedsel krijgen zijn ze minder giftig.’
Ondertussen klinkt het alsof je je in een heus oerwoud bevindt. De kikkers maken een hard bijna fluitend geluid. Jan zet ook de sproeiers nog even aan, dan komen ze wat meer naar voren en kun je ze beter zien, en inderdaad daar springen ze. Zelfs reflecterend groen zit er tussen!
Die sproeiers zijn weer nodig om hun huid vochtig te houden; die schilfert nogal snel...
Wat ik maar wil zeggen: zomaar toevallig op een doodgewone zaterdagochtend een college over gifkikkers, samen met een kraamverzorgster die daar dan ook weer veel van weet. Je ziet maar weer: een verloskundige is nooit te oud om te leren!
Linneke82 scheef op 14-03-2012 om 09:28:08
Mooie column! En helemaal waar, hier ook geen contractverlenging gehad met een rotsmoes 1,5 week nadat ik kenbaar had gemaakt zwanger te zijn... Wat voel je je dan naar zeg!





