Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 18-06-2010
Marianne Wigbers
Ik zit op de wip en meneer Wu heeft geen haast.
Zijn vrouw, Ping, heeft het allemaal niet meer zo door, zij heeft iedere paar minuten een wee.
Ping en ik, we zitten naast elkaar op de driezitsbank, tenminste, ik zit op een puntje in het uiterste hoekje en Ping hangt schuin over twee zittingen tegelijk, haar kleine voeten bungelen over de rand. De ogen zijn gesloten en een royale keurig gestreken witte zakdoek heeft ze met een simpel touwtje om haar voorhoofd gebonden. Soms kreunt ze zachtjes en dan wiegt haar bolle buik heen en weer, maar het meest van de tijd ligt ze volkomen roerloos met de zakdoek over haar ogen geschoven. Het is warm en we plakken aan de nepleren bekleding.
Familie Wu heeft de wens te kennen gegeven in het ziekenhuis te willen bevallen.
Prima.
Cultuur en gewoonte, in China beval je nu eenmaal in het ziekenhuis en daarbij, oma Wu heeft het bevolen en aan grootmoeders bevelen wordt nimmer getornd, ik snap het absoluut.
In de slaapkamer zag ik een bed, zo laag, het leek wel zònder pootjes. Het stond klem tussen lege verhuisdozen en volle kledingkasten en ik dankte oma voor haar gebod.
Op de verloskamers kunnen we het bed elektrisch in alle mogelijke standen zetten en pak ik blindelings uit alle laatjes wat we nodig hebben. Hier in de huiskamer ruikt het naar lang gekookte rijst en vochtige aarde, ik kan de geur niet helemaal plaatsen en onderdruk de neiging om ergens een raam open te zetten. Ping wiebelt met haar voetjes tegen mij aan, ze heeft ruimte nodig voor de nieuwe wee, helaas ik kan geen centimeter verder opschuiven. Waar is meneer Wu gebleven?
‘Wuhuu? Wu, kunnen we gaan?’
Zijn voornaam is me ontschoten, of misschien is Wu juist de voornaam, hij luistert er in ieder geval wel naar, want hij komt hoofdschuddend uit de keuken gelopen terwijl hij zijn handen afdroogt aan een geruite theedoek. We kunnen nog niet vertrekken, het drankje is nog niet klaar.
Drankje?
Ik volg hem terug naar de keuken waar een pannetje op het vuur staat, Wu tilt voor mij het deksel op en ik zie een troebelig watertje borrelen met daarin een bruinzwart verkleurd stukje boomstronk, en zo ruikt het ook, natte schors. Is het gekookte boomschors, wat is het? En waarvoor is het?
‘Moet van oma.’
'Aha..'
Hoewel ik geen idee heb, lijkt me een simpel ‘Aha’ toch de makkelijkste reactie.
-wat wordt daar gebrouwen?-




