Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 12-05-2010
En ja, daar gaat het verhaal weer verder, ik zal jullie de sappige details niet onthouden.
Femke, Roelien, we waren op het punt van aankleden en afreizen… -door Marianne Wigbers-
Nu niet zeuren/ vest en shirt zijn lang genoeg/ niemand die het ziet/ blote voeten in de schoenen/ gelukkig het kan weer/ morgen begint de zomertijd/ met sokken zoeken verlies je alleen maar kostbare minuten/ en Hij-van-Mook voelt het hoofdje voor de uitgang/ nummer 33/ op de hoek.
Ik hield de vaart er goed in, in handelingen en gedachten. Autosleutels in de hand/ deur zachtjes achter me dichttrekken/ BOINK/ oeps, iets te hard/ nou ja, pech/ Ben zal mijn haast wel snappen.
Ik klikklakte op mijn hakschoentjes over het tuinpad, hakken ja, omdat dat toevallig het eerste het beste paar bij elkaar passende schoenen was dat ik tegenkwam in de gang. En ach, meestal doe ik mijn schoenen toch uit bij een thuisbevalling.. Ochtendschemer en de vogeltjes floten alweer, het was wel net iets kouder dan ik had gedacht, zo zonder jas en sokken, om maar te zwijgen over het luchtige kruis in de broek..
In de auto, race-race naar Bert en Alice, mijn wijk uit, om de ijsbaan, hun wijk weer in. –Het is niet ver, maar hij voelt het hoofdje al.- Onderweg wierp ik een blik in mijn achteruitkijk spiegeltje, dat had ik beter niet kunnen doen, want zo zag ik hoe sommige delen van mijn haar recht omhoog stonden, en hoe onzorgvuldig ik de mascara de avond ervoor verwijderd had. Met de linkerhand aan het stuur nam ik alle bochten en drempels in de vierde versnelling. Heen en terug schakelen kost alleen maar tijd. Trouwens, met de rechterhand trachtte ik mijn haar te fatsoeneren, het waren helaas vergeefse pogingen, en nummer drieëndertig kwam in zicht.
Alle parkeerplaatsen bezet, dus, op de stoep geparkeerd.
Tas uit de achterbak.
Voordeur stond op een kiertje.
Hond blaffen, -Enorme grote bruine labrador.- koelbloedig langs hem gestapt.
‘Brave jongen, goed volk.’
Schoenen uit, trap op.
De slaapkamerdeur stond wagenwijd open.
En daar lag ze.
Dappere Alice, ze lag erbij als iemand die een sessie van honderd sit-up’s aan het afronden was, gekrulde tenen, witte knokkels omdat ze met twee handen tegelijk links en rechts in het hoofdkussen kneep, natte haren in de war en briesgeluiden met bolle wangen.
Ze zuchtte nog.
Ze lag op een doorweekt matje, hij stond ernaast met de telefoon tegen zijn oor gedrukt. Door het geblaf en het stommel op de trap was mijn aankomst natuurlijk geen verassing meer. Maar zijn uiterlijke kalmte verbaasde me desondanks. Hij keek naar me alsof er dagelijks hordes wilde vrouwen zijn slaapkamer binnenstormden, wisselde op zijn gemakje zijn mobieltje van het ene naar het andere oor en sprak op bedaarde toon tegen de gene aan de andere kant van de lijn. Bert wreef met zijn vrije hand over de knie van Alice, lichamelijk contact om haar bij de les te houden, en deed zijn telefonische mededelingen beleefd en in alle rust.
‘Ja, ze is er…’
Wat er aan de andere kant werd gezegd hoorde ik niet. Ik probeerde te bedenken WIE hij aan in hemelsnaam de lijn kon hebben, zo om vijf uur in de ochtend, en bedacht het meest logische. Roelien had hem vast teruggebeld, nadat ze mij mijn ‘wake up call’ had gegeven, wat slim.
Bert knikte naar me, alsof hij mij gerust moest stellen, in plaats van andersom. Ik hijgde nog even na van de eindspurt en probeerde met een ‘quik-scan’ een algemene inschatting te maken. Hoe kon die man er zo relaxed bij staan, terwijl zijn vrouw zo zichtbaar heftig in barensnood verkeerde?
Ach, natuurlijk, bij militaire oefeningen zullen ze vast ook draaiboeken vol onvoorziene omstandigheden doorwerken. Ik ben nota bene zelf getrouwd met een militair, of het verhaal van Carl, een hospik van bijna twee meter lang, bij een schouderpartij van minstens een meter breed, schoenmaat zesenveertig, dit alles in combinatie met zijn indrukwekkend gemilimeterde haar op het vierkantige hoofd. Als dat in het legerkaki met van die zware legerkissies aan de grote voeten, zo je spreekuur binnenstampt, dan ga je wel even rechtopzitten. Is hij bij jullie wel eens in vol ornaat met zijn vrouw meegekomen? In ieder geval, Carl vertelde me hoe hij in Afghanistan een geïmproviseerde EHBO-post bemande, waar een hoogzwangere Afghaanse werd binnengebracht. Hoe ze haar hielpen met de bevalling, en hoe schrijnend de situatie ook was, de geboorte van nieuw leven, daar in dat kale kille Khandahar, had een onuitwisbare indruk op Carl gemaakt. Nietig klein voelde hij zich eerst, bij het zien van de gillende vrouw en de jammerende familieleden, die al hun hoop op de hulp van de Nederlandse manschappen hadden gevestigd. Maar een knop ging om en hij deed wat er van hem verwacht werd.
Trainen, drillen, klaarstomen, uitgezonden worden, en je werk doen, zonder pardon.
Ik zag opeens de grote voordelen, Sergeant eerste klas Mook, in opleiding voor de overal inzetbare verpleegkundige, de perfecte assistent. Ik stak mijn duim naar hem op.
Hij knikte opnieuw en lachte naar me. Zijn gesprekspartner was uitgepraat.
‘Oh, zal ik dan nu maar gaan ophangen…’
Prima jongen, volgende hoofdstuk.
Linneke82 scheef op 14-03-2012 om 09:28:08
Mooie column! En helemaal waar, hier ook geen contractverlenging gehad met een rotsmoes 1,5 week nadat ik kenbaar had gemaakt zwanger te zijn... Wat voel je je dan naar zeg!





