Column - Column verloskundigen
De verloskundige, wat doet ze nou precies? Wat komt er allemaal kijken bij het vak? 3 verloskundigen, uit verschillende delen van het land, houden hier een column bij. Iedere week lees je een nieuwe column van 1 van hen.
Geplaatst op: 16-03-2010
Door Marianne Wigbers
De weeën zijn begonnen, Femmy en Guido vertrekken vol goede moed naar het verre Academische ziekenhuis.
De dienstdoend verloskundige breng ik op de hoogte van de komst van de familie van Haag. Ik moet ieder detail van de overdracht minstens één maal herhalen voor ik het idee heb dat de essentie van mijn relaas tot haar doordringt. Ik vertel dat mevrouw van Haag slechts een paar centimeter ontsluiting heeft, maar goede regelmatige weeën. Dat ze in het ziekenhuis moet bevallen omdat haar kindje vermoedelijk een afwijking aan het skelet heeft. Dat de gynaecologen van haar eigen ziekenhuis deze Academische bevalling bevolen hadden, en dat ze een vorige keer vlot beviel nadat opeens de vliezen braken. Ze humt van ‘mmmm, mmmm’ en weegt waarschijnlijk de noodzaak van de insturing in haar hoofd af. Hebben ze geen lijst hangen van aankomende gecompliceerde bevallingen, kennen ze ‘mijn’ Femmy daar niet? Zou deze stadse verloskundige trouwens enig idee hebben waar ons dorpje ligt? Ik gooi de topografische troef in de strijd.
‘…en per slot, het is een eind reizen hè, van Polderdorp naar het Academisch.’
Ze zucht zachtjes –maar ik hoor het wel- en zegt: ‘Vooruit, laat mevrouw dan maar komen..’
Ik bedank haar vriendelijk en ik denk; ha, mevrouw van Haag zit al in de auto, goeie die haar thuis houdt…
Voor ik ophang herhaal ik een extra keer dat ze beslist snel kan bevallen en voeg daar een algemene succeswens aan toe.
Net na middernacht belt Guido me.
‘Hij is geboren! Net voor twaalven.’
In horten en stoten krijg ik het verhaal vanaf de aankomst in het ziekenhuis tot de geboorte van hem te horen. Omdat het volgens de verloskundige aldaar allemaal wel meeviel met weeënpijn, ontsluiten en baren, liet ze Femmy een lange warme douche nemen. Misschien kon ze daarna wat slapen. Fem ging braaf richting douchecabine, Giet nam een kopje koffie en de weeën deden ongemerkt -voor het personeel in elk geval- hun ontsluitingswerk. Om half twaalf braken de vliezen tijdens het douchen, om tien over half voelde ze het drukken en wist met moeite het verlosbed te bereiken. Om kwart voor twaalf werd hun zoon geboren. Een enorme guts vruchtwater en een enkele perswee, de hulptroepen waren op de nipper op tijd. (Ha, mijn Femmy, zo doen Polderdorpse dames dat! Niet zeuren maar baren.)
Guido klinkt blij en enthousiast als hij allerlei grappige details van de bevalling vertelt, soms slaat zijn stem zelfs over, van emotie, of is het van opluchting?
Als ik het goed begrijp stond Guido op het moment suprême net aan het voeteneinde.
‘Ja, hoezallikut uitleggen? Zeg maar, euhh, recht voor d’r doos, zallik maar zegge…Snappie?’
Ik snap het, ik zie hem staan.
Hij wilde, op verhitte aanwijzingen van zijn vrouw, kijken of de baby eraan kwam.
‘Gieeeeeeeet, kijk nou effe, volgens mijn komptie!’
Ik hoor het haar zeggen. De hectiek van de situatie dringt volledig tot me door. We lachen samenzweerderig om zijn beeldende, ietwat banale uitleg van de situatie. Wat had ik daar graag bij willen zijn.
Ze waren maar saampjes en Femmy voelde het hoofdje meer en meer duwen. Toen Femmy het echt niet meer tegen kon houden en spontaan meegaf stond Guido net voorovergebogen voor de inspectie, het vruchtwater spoot letterlijk rond zijn oren. Bril, overhemd, spijkerbroek, alles nat. De verpleegster wist niet wat ze zag toen ze op de alarmbel af kwamen rennen, zei hij. Ik kan me wel een voorstelling maken van het tafereel. Troebele spetters vruchtwater op brillenglazen, shirt en broek in combinatie met de totaal verbouwereerde gezichtsuitdrukking van Guido. Ik denk daar bij aan het effect van de vrachtwagen die vlak voor je neus door een diepe plas rijdt en jou doorweekt en onthutst het nakijken geeft, SPLATSCH, zoiets. Een natte man en een bijna geboren babyhoofdje tussen de benen van zijn barende vrouw, daar op verloskamer III van dat grote ziekenhuis. Mijn heldin Fem, haar brede heupen gemaakt om kinderen te baren, onverstoorbaar persen zonder geluid te maken, en dat ongetwijfeld met een brede glimlach op haar gezicht.
Maar de baby?
Mijn brandende vragen betreffen de kleine, ze spoken door mijn hoofd.
Is alles goed, valt het mee, is hij goed ter wereld gekomen, heeft de kinderarts al gekeken, huilt hij, wat weegt hij, ligt hij bij zijn moeder, hoe is het met Femmy? Alles wil ik weten, ik beperk me tot de belangrijkste.
‘Hoe is het met jullie baby?’
-Hoe is het met de baby?-
Linneke82 scheef op 14-03-2012 om 09:28:08
Mooie column! En helemaal waar, hier ook geen contractverlenging gehad met een rotsmoes 1,5 week nadat ik kenbaar had gemaakt zwanger te zijn... Wat voel je je dan naar zeg!





