De werking van je baarmoeder en eierstokken
Al tijdens de zwangerschap worden bij de vrouwelijke foetus alle eicellen gemaakt voor haar hele leven. Als de foetus zo ongeveer 6 maanden oud is bevatten de eierstokken zo’n 6 tot 7 miljoen eicellen. Veel van deze eicellen sterven voor de geboorte al af, bij de geboorte heeft de vrouwelijke baby nog zo’n 2 miljoen eicellen. Tegen de tijd dat je voor het eerst ongesteld wordt heb je er “nog maar” zo’n 300.000. Toch zijn dit er meer dan voldoende. Gemiddeld heeft een vrouw zo’n 500 cycli in haar leven, dat betekent dat er dus maar 500 eicellen echt tot rijping komen.
Je eierstokken liggen dus vol met niet-rijpe eicellen. Iedere maand beginnen er zo’n 10 eicellen te rijpen. Je eierstokken zijn dus echt de voorraadkamer voor al je eicellen. Je hebt twee eierstokken, één rechts en één links van je baarmoeder. De eierstokken komen uit in de eileiders, ook daarvan heb je er dus twee. Als de eicel springt komt hij in de eierstok. Als de eicel bevrucht wordt gebeurt dat in de eierstok. Het bevruchte eitje verplaatst zich langzaam van de eierstokken naar de baarmoeder waar de innesteling plaatsvindt. De reis van de eierstok naar de baarmoeder duurt zo’n 3-4 dagen.
Zoals gemeld rijpen er iedere maand zo’n 10 eicellen, maar slechts 1 eicel zal volledig rijpen en uiteindelijk springen. In welke van de twee eierstokken de uiteindelijke eicel zal springen is niet vast geregeld, het is niet zo dat de ene maand links een eicel spingt en de volgende maand rechts.
Eicellen zitten in een zakje, de follikel genaamd. Tijdens de eerste dagen van je cyclus gaan een aantal follikels groeien onder invloed van het follikel stimulerend hormoon. De follikels vullen zich met vocht en verplaatsen zich naar de buitenzijde van de eierstok. Slechts 'één follikel zal volgroeien, deze follikel noemen we de follikel van De Graaf. Dit follikel geeft een seintje naar de hersenen om de productie van het tweede hormoon wat bij de cyclus is betrokken te gaan produceren: het luteïniserende hormoon. Onder invloed van dit hormoon wordt de follikel van De Graaf nog groter en barst open, de eicel springt uit de follikel en komt in de eileider terecht.
Ondertussen wordt in de baarmoeder het slijm dikker en beter doorbloed, dit is nodig om de bevruchte eicel straks te laten innestelen. De binnenbekleding van de baarmoeder zit vol met bloedvaten en klieren. Na de eisprong gaan deze bloedvaten groeien, hierdoor krijgt de binnenbekleding meer voeding en wordt dikker. Na de eisprong sluit de follikel van De Graaf zich weer en wordt geel. We noemen het nu het gele lichaam oftewel het corpus luteum. Het copus luteum produceert progesteron (een hormoon). Samen met oestrogene hormonen zorgt progesteron ervoor dat de baarmoeder rijp wordt om een bevruchte eicel te ontvangen. Bovendien zorgt het progesteron ervoor dat je lichaamstemperatuur iets stijgt, zo’n halve graad. De klieren in de baarmoederbekleding gaan voedingsstoffen uitscheiden die nodig zijn om de bevruchte eicel in de eerste periode van voeding te voorzien. De eerste weken is de placenta nog niet aangelegd en moet de vrucht van voeding worden voorzien door de baarmoederwand.
Zo’n 3-4 dagen na de bevruchting komt de eicel aan in de baarmoeder en nestelt zich in. De plaats van innesteling is willekeurig en kan in principe dus overal in de baarmoeder zijn.
Als er geen bevruchting plaatsvindt sterft het corpus luteum langzaam af en vermindert de productie van het progesteron. Als het progesteron niet meer wordt uitgescheiden start je menstruatie en begint het hele verhaal weer opnieuw.





