Pershoudingen
Veel vrouwen kiezen ervoor om liggend in bed te bevallen. Eigenlijk is dit een tegennatuurlijke houding. Als je ligt is je bekken iets kleiner en je hebt geen medewerking van de zwaartekracht. Vroeger bevielen vrouwen altijd op een baarstoel. De baker (vroegere vroedvrouw) zat dan op een klein krukje voor de barende. Toen rond 1850 de toeter werd uitgevonden kon de vroedvrouw de hartslag van de baby controleren, maar dit ging eigenlijk alleen maar als de vrouw ging liggen. Zo kwamen de barenden in een bed terecht en helaas is daar tot op de dag van vandaag, ondanks dat we nu met de doptone in alle houdingen de hartslag kunnen controleren, nog niet veel in veranderd.
Uit onderzoek is gebleken dat het persen in zittende of staande houding vlotter verloopt. Dit komt omdat de zwaartekracht meewerkt en omdat het bekken net iets ruimer is als je zit of staat.
"Uit onderzoek is gebleken dat het persen in zittende of staande houding vlotter verloopt."
Hurkzit: tijdens de wee zak je door je knieën en kantel je je bekken iets naar voren. Steun van je partner is hierbij noodzakelijk. Die kan b.v. op een stoel achter je gaan zitten, zodat je als je op je hurken gaat zitten met je armen op zijn benen kan steunen. Veel vrouwen kunnen niet zo goed op de hurken zitten en zeker niet als dat wat langer duurt. Buiten een wee kun je gewoon weer gaan staan en in het begin van het persen hoef je ook niet zo diep door de knieën te gaan. Pas als het hoofdje voor een klein stukje zichtbaar is zak je zoveel mogelijk door je knieën en kantel je het bekken naar voren. Deze houding zorgt ervoor dat de bekken uitgang iets groter wordt.
Tip1:als je moeite hebt met het op je hurken zitten, kan het helpen om een paar schoenen aan te doen met een klein hakje. Door het hakje worden de kuitspieren minder opgerekt en hou je het langer vol. Neem wel een paar oude schoenen, want de kans is groot dat er vruchtwater of bloed op komt.
Tip 2: leg van tevoren een kussen klaar waar de baby op wordt opgevangen. Doe om een kussen een vuilniszak en dan een kussensloop. Dit ter bescherming van het kussen.
Baarkruk: de meeste verloskundigen hebben een baarkruk. Eigenlijk is dit dezelfde houding als de hurkzit, maar je hebt steun van de baarkruk. Als je wat langer moet persen (vooral bij een eerste kind) gaat de baarkruk op een gegeven moment ook ongemakkelijk zitten. De randen gaan zeer doen in je billen. Om dit te voorkomen is het handig om tussen de weeën door iedere keer even te staan. Als je dan wat wiebelt met je heupen, wordt je onderlichaam ook beter doorbloed waardoor je minder snel kramp krijgt.
De wc: de wc is een prima plek om te persen. De houding is heel natuurlijk en je geneert je minder omdat je gewent bent om daar te gaan zitten drukken. Bovendien kun je de ontlasting die bijna altijd meekomt tijdens het persen, gelijk wegspoelen. Het overgrote deel van het persen kun je op de wc doen. Pas als het hoofdje bijna geboren wordt moet je van de wc af, want de verloskundige heeft onvoldoende ruimte om de baby aan te pakken. De wc is vooral geschikt bij een eerste kind, bij een tweede of volgende gaat het persen vaak zo snel, dat er geen tijd is om van plek te veranderen en is het risico te groot dat de baby in de wc geboren wordt.
Op je knieën: door op je knieën te zitten werkt de zwaartekracht ook mee. Belangrijk is dan wel dat je de billen laag houdt. Dus niet op handen en knieën gaan zitten. Deze houding kan heel goed in bed. Je partner gaan met zijn rug tegen het hoofdeind van het bed zitten met een kussen in zijn rug om zo lekker mogelijk te zitten. Jij gaat op je knieën met je gezicht naar hem toe zitten. Zo hou je contact met je partner en kan je tussendoor met je hoofd in zijn schoot rusten en lekker tegen hem aanhangen.
Liggend in bed: vooral als je erg moe bent kan het fijn zijn om in bed te gaan liggen. Hoewel de zwaartekracht dan niet meewerkt, zijn er al miljoenen baby’s op deze manier geboren. In het begin van het persen is het beter om de voeten in bed te laten staan. Als je de benen helemaal naar je toetrekt, verklein je de bekkeningang iets en wordt het moeilijker voor de baby om dieper te komen. Pas als de baby flink is ingedaald is het zinvol om de benen helemaal naar je toe te trekken, hierdoor wordt de bekkenuitgang iets groter waardoor het hoofdje makkelijker geboren kan worden.
Iedere houding is goed, zolang jij het gevoel hebt dat het zo het beste gaat en de verloskundige voldoende zicht heeft om te kijken of het goed gaat.





