Perstechniek
Zoals je in het hoofdstuk "De geboorte" hebt kunnen lezen, moet de kleine nog heel wat moeite doen om door het baringskanaal te kunnen. De kleine heeft jouw hulp hier hard bij nodig. De geboorte is een samenwerking tussen het kind en de moeder. Als een van de twee het laat afweten, dan lukt het niet.
De kleine moet goed gaan liggen met z’n hoofdje en moet op het juiste moment draaien. Maar hij zal dat alleen doen als hij er min of meer toe gedwongen wordt door moeder. De kracht die moeder zet tijdens het persen, dwingen de kleine om de juiste houding aan te nemen.
"Bij een normaal verlopende bevalling heb je altijd nog een reserve energiepotje waar je uit kunt putten voor het persen."
Het is dus van uiterst belang om zo goed en sterk mogelijk te persen.
Aan het einde van de ontsluiting denken veel barenden dat ze geen energie meer hebben om te persen. Veel gehoorde kreten zijn: "ik kan niet meer", "ik wil slapen", " ik heb geen kracht meer" enz.. Gelukkig beschik je over veel meer kracht en energie dan je van tevoren kunt bedenken. Bij een normaal verlopende bevalling heb je altijd nog een reserve energiepotje waar je uit kunt putten voor het persen.
Als je het niet meer ziet zitten, probeer jezelf dan moed in te praten. Als je aan het persen moet beginnen en je zegt tegen jezelf: "dit red ik nooit", dan is de kans groot dat het inderdaad niet zal lukken. Een juiste instelling is het halve werk. Natuurlijk ben je moe en heb je al heel wat te verduren gehad, maar dit laatste stukje kun je ook. Zet hem op!!!!
Veel barenden moeten even wennen aan het persen, ze hebben zolang moeten puffen en zuchten, dat het omschakelen naar actief meedoen soms wat moeite kost. Dat geeft niks, neem je tijd. Als je er nog niet aan toe bent mag je best nog een poosje de weeën wegzuchten en alleen op het hoogtepunt van een wee meepersen. Meestal krijg je vanzelf zoveel persdrang, dat je wel mee moet doen.
Bij een eerste kindje duurt het persen gemiddeld 1 tot 1 ½ uur, bij een volgend kindje gaat het meestal een stuk sneller omdat alle weefsels al wat soepeler zijn.
Als je eenmaal goed gaat persen is het belangrijk dat je een wee goed gebruikt. Laat de wee eerst goed opkomen en neem dan een goede hap lucht. Zet de lucht vast in je buik, probeer geen lucht te laten ontsnappen. Maak geen geluid, want dan verlies je lucht en daarmee kracht om te persen. Probeer zo lang mogelijk en zo hard mogelijk te drukken in de richting van je onderbuik en anus. Als je de lucht niet meer kan vasthouden, blaas je zachtjes uit en neem je vervolgens weer een hap lucht en herhaal je het hele proces. Tijdens een wee probeer je drie keer te persen.
Nogmaals, het is vaak even wennen. En de eerste paar weeën lukt het vaak niet zo goed, maar dat komt vanzelf.
Tip: als je veel moeite hebt om in de juiste richting te persen, kan het helpen als de verloskundige met haar vinger in je vagina druk geeft in de richting van de anus. Hierdoor merk je soms beter welke kant je op moet drukken.






