Goede ontsluitingsweeën
Het belangrijkste kenmerk van goede weeën is dat ze steeds krachtiger worden en steeds langer gaan duren. Een wee die voor ontsluiting zorgt moet 1 tot ½ minuut duren en flink pijnlijk zijn. In de eerste centimeters van de ontsluiting komen deze weeën ongeveer om de 4 tot 5 minuten, maar langzaam maar zeker komen ze steeds sneller op elkaar en gaan ze steeds meer pijn doen. Als je bevalt van je eerste kindje begint de ontsluiting pas op gang te komen als je echt pijnlijke weeën hebt die 1 tot ½ minuut duren en om de 4-5 minuten komen. Het meest belangrijke is niet hoe vaak ze komen, maar hoe krachtig ze zijn. Je kunt beter 1 wee in 5 minuten hebben die flink lang duurt en pijn doet, dan iedere 3 minuten een wee die maar een halve minuut duurt en die wel pijnlijk is, maar die je best kunt verdragen. De lange en pijnlijke weeën zorgen voor goede ontsluiting.
Bij je eerste kind begint de ontsluiting dus met weeën om de 4-5 minuten die 1 tot ½ minuut duren en flink pijn doen. Dan sprokkel je millimeter voor millimeter de ontsluiting bij elkaar. Maar het is nog maar het begin. De weeën worden steeds erger, ze komen sneller op elkaar en houden langer aan. Als je weeën hebt om de 3 minuten die bijna niet meer op te vangen zijn, dan vordert de ontsluiting meestal sneller en wordt het tijd om de verloskundige te bellen (zie: "wanneer bel je de verloskundige?").
"Het belangrijkste kenmerk van goede weeën is dat ze steeds krachtiger worden en steeds langer gaan duren"
Bij je volgende kindje ontsluit je over het algemeen gemakkelijker. Je kunt ongemerkt al 3 cm ontsluiting hebben van voorweeën. Als de echte goede weeën dan gaan beginnen, gaat het vaak sneller dan verwacht. Toch heb je ook bij je tweede kindje de krachtige weeën nodig om goed te ontsluiten. (zie: "Het verloop van de ontsluiting"). Maar bij goede weeën om de 3 minuten, wordt het tijd om de verloskundige te bellen (zie: "Wanneer bel je de verloskundige?").





