Incontinentie zwangerschap; functie bekkenbodem
In het onderlichaam van de vrouw bevinden zich van voor naar achter de blaas en de urinebuis, de baarmoeder en vagina en de endeldarm (rectum). In figuur 1 is dit getekend. Vlak voor de blaas ligt het schaambeen, vlak achter de darm ligt het heiligbeen. De organen in het onderlichaam van de vrouw liggen zeer dicht bij elkaar en beïnvloeden elkaar.
Fig. 1: dwarsdoorsnede door het onderlichaam van de vrouw.

De organen worden ondersteund door de bekkenbodemspieren. De bekkenbodemspieren vormen een groep spieren die als een hangmatje onder in de buik zijn gespannen tussen het schaambeen en het heiligbeen. Behalve het ondersteunen van de bovengenoemde organen, zorgen de bekkenbodemspieren er voor dat men urine, ontlasting en windjes op kan houden en, wanneer men dat wil, kan plassen, ontlasten en windjes laten. De bekkenbodemspieren zijn ook erg belangrijk bij de seksualiteit.
De functie van de bekkenbodem kan minder worden door:
- snel en veel afvallen
- zwangerschap
- bevalling
- vaak zwaar tillen
- chronische obstipatie
- veel en intens hoesten (b.v. bij longaandoeningen)
- overgang
- veel overgewicht
- een combinatie van bovengenoemde factoren






