Goedemiddag , Registreer nu gratis en snel op Babyopkomst.nl of Login!

 
Deel:

zwangerschap, kinderziekten; vijfde ziekte

De 5e ziekte (erythema infectiosum)is een ziekte die gepaard gaat met  lichte ziekteverschijnselen, uitslag, lichte temperatuursverhoging en soms gewrichtspijn.

De ziekte heeft een piek in mei en juni, en maakt daarnaast een cyclus door met een epidemie elke 4 jaar.
De ziekte wordt veroorzaakt door het humane Parvovirus B19.
Dit virus werd in 1974 bij toeval ontdekt bij onderzoek naar donorbloed.

De besmetting vindt plaats door de lucht, via druppeltjes uit de keel. (hoesten, praten, niezen) en de incubatietijd (tijd tussen besmetting en het ontstaan van symptomen) is 7- 14 dagen.

Een week na de besmetting treedt een viremie (aanwezigheid van virus in het bloed) op, die ongeveer 5 dagen duurt, en gepaard kan gaan met lichte ziekteverschijnselen.

Ongeveer een week na de viremie treedt dan een tweede ziekteperiode op, waarbij uitslag, malaise (hangerigheid), lichte koorts en soms gewrichtspijnen optreden.

Ook kunnen keelpijn en een verstopte neus voorkomen.

Het zieke kind krijgt felrode wangen ( de ziekte wordt ook wel “slapped cheeks disease” genoemd), daarna ontstaan rozerode, licht jeukende vlekjes op de binnenkant van armen en benen en soms ook op de billen en de romp.

Ongeveer 1 op de 10 kinderen krijgt ook last van gewrichtspijn.

Alle verschijnselen verdwijnen weer binnen een paar dagen, maar kunnen in de weken daarna zo nu en dan terugkomen.

Vooral zonlicht of een heet bad kunnen ervoor zorgen dat met name de uitslag weer terugkomt.

Er zijn overigens ook kinderen die de ziekte doormaken zonder klachten (subklinisch beloop)

Na een doorgemaakte infectie is er levenslange immuniteit.

Van alle volwassenen heeft 60% antistoffen tegen het parvovirus B19.Als een volwassene besmet raakt, staan meestal vooral de gewrichtsklachten op de voorgrond, de gewrichten van handen en voeten kunnen stijf, gezwollen en pijnlijk worden.
Dit duurt meestal 2 weken, maar in 20 % van de gevallen houden de klachten maanden tot soms jaren aan.

Bij mensen met allerlei vormen van chronische hemolytische anemie en immuniteitsstoornissen (door b.v. chemotherapie) kan een infectie met een parvovirus tot ernstige complicaties leiden.

Vijfde ziekte en zwangerschap.
Als een zwangere vrouw geïnfecteerd raakt met parvovirus B19 in de eerste 20 weken van de zwangerschap, is er een verhoogd risico op een miskraam of een doodgeboren kindje.

Je kan met het virus besmet raken door intensief contact met iemand die besmettelijk is (kinderen met de 5e ziekte zijn besmettelijk in de week vóórafgaand aan de huiduitslag, ten tijde van de uitslag zijn ze niet meer besmettelijk).Intensief contact is b.v. in het gezin, of als je op een kinderdagverblijf of school werkt.
Het ophalen van je kind van school, waar kinderen met de 5e ziekte zijn, geeft nauwelijks risico.

In 90% van de gevallen zal de zwangerschap ondanks de infectie normaal verlopen.

Er zijn geen aanwijzingen dat het doormaken van de infectie leidt tot aangeboren afwijkingen bij het ongeboren kind.Zwangeren die zich zorgen maken omdat er vijfde ziekte in hun gezin voorkomt, kunnen door bloedonderzoek laten nagaan of zij al afweerstoffen hebben tegen de ziekte.

 

Als een zwangere de vijfde ziekte blijkt te hebben in de eerste 20 weken van de zwangerschap, wordt de zwangerschap nauwkeurig gevolgd.Bij  de foetus kan als gevolg van de infectie een ernstige bloedarmoede ontstaan, die leidt tot  vochtophoping in het lichaampje (hydrops foetalis).Dit is op een echo te zien.

In deze gevallen is het soms mogelijk om via een intra-uteriene bloedtransfusie het ongeboren kindje te redden.

Voor (minder dan 20 weken) zwangere crècheleidsters en onderwijzeressen bestaan, vanwege het intensieve contact met veel kinderen, en de daardoor hoge besmettingskans, protocollen:

Er wordt een antistoffenbepaling gedaan, in afwachting van de uitslag wordt de zwangere werkneemster beschouwd als “niet-immuun”, dat wil zeggen dat ze vervangende werkzaamheden krijgt op een plaats waar ze niet met het virus in contact kan komen.

Als de zwangere beschermd blijkt te zijn –omdat ze de infectie al doorgemaakt heeft en antistoffen heeft-, kan ze haar gewone werk weer voortzetten.

Als de zwangere niet-immuun blijkt te zijn, moet ze de vervangende werkzaamheden blijven doen tot het einde van de epidemie of tot na 20 weken zwangerschap.

Leerkrachten/leidsters die recent besmet zijn en geen klachten hebben, kunnen gewoon hun werkzaamheden voortzetten.

 




Beoordeel dit artikel:

 
BabyPlanet
BabyPlanet