Mola-zwangerschap
Bij een mola-zwangerschap gaat het vanaf het begin niet goed met de celdeling. Normaal gesproken deelt een bevruchte eicel zich constant. De klomp cellen die zo ontstaat, gaat zich op een gegeven moment specialiseren. Uit één deel groeit de placenta en uit het andere deel het kindje. Bij een mola-zwangerschap vindt die specialisatie niet plaats en groeit alleen het placentaweefsel door. De placenta groeit in de baarmoederholte alsmaar door. Ze kan zelfs woekeren. Er ontstaan blaasjes in het weefsel door vochtophoping. Op de echo is dan ook geen vrucht te zien. Alleen placenta. Ook zijn er geen vliezen of vruchtwater. Dit in tegenstelling tot een windei. Bij een windei is de specialisatie wel opgetreden, maar ontwikkelt de vrucht zich heel snel niet verder waardoor alleen de placenta en vliezen groeien en het vruchtwater toeneemt. De woekering van het placentaweefsel kan ervoor zorgen dat er een abnormaal grote baarmoeder is voor de tijd van de zwangerschap. De blaasjes van de mola kunnen zich via jouw bloedbaan verplaatsen. Soms worden ook blaasjes in de longen van de vrouw gevonden.Een mola-zwangerschap kan gezien worden als een bijzondere vorm van een vanaf het begin niet goed aangelegde zwangerschap.
De oorzaak is niet bekend. Wel is aangetoond dat vrouwen onder de 15 en boven de 40 jaar een verhoogde kans op een mola hebben. Een mola-zwangerschap komt erg weinig voor; ongeveer 1 op de 2000 zwangerschappen.
"Een mola zwangerschap kan gezien worden als een bijzondere vorm van een vanaf het begin niet goed aangelegde zwangerschap."
Een mola-zwangerschap wordt bijna altijd door een echo vastgesteld. In plaats van een vruchtje worden er alleen maar blaasjes gezien. Er zijn geen andere klachten dan bij een normale zwangerschap, dus is er vaak geen verdenking op een mola. Wel kan het zijn dat de baarmoeder groter is dan normaal. Soms is vaginaal bloedverlies een reden voor echoscopisch onderzoek. Vaker wordt een mola dus per puur toeval ontdekt omdat er een echo gemaakt wordt om de zwangerschapstermijn vast te stellen of omdat er geen hartje gehoord wordt bij de eerste controle bij de verloskundige.
Als er een mola-zwangerschap wordt vastgesteld, wordt er een longfoto gemaakt om te kijken of de blaasjes zich hebben verplaatst naar de longen. Door bloedonderzoek wordt er gekeken naar de hoeveelheid hCG in het bloed. De placenta produceert het zwangerschapshormoon (hCG). Bij een mola zie je vaak abnormaal hoge waarden van het hCG. De hoogte van het hCG geeft aan hoeveel placentaweefsel er is en dus hoe actief de mola is.
Bij een mola-zwangerschap zal er altijd een curettage plaats vinden. Deze curettage vindt plaats onder algehele narcose. Bij de curettage worden er zoveel mogelijk blaasjes weggezogen, maar er blijven altijd wat blaasjes achter. Deze worden over het algemeen door het lichaam zelf opgeruimd.
Een snelle volgende zwangerschap wordt na een mola-zwangerschap afgeraden. Eerst wil men er zeker van zijn dat alle achtergebleven blaasjes weg zijn. Over het algemeen genomen, wordt de pil dan ook aangeraden als anticonceptiemiddel omdat een spiraaltje bloedingen kan veroorzaken.
Na een mola-zwangerschap zal er wekelijks controle van het hCG-gehalte plaatsvinden om te controleren of het hCG zakt. De hoeveelheid hCG in je bloed is immers een indicatie van hoe actief de achtergebleven blaasjes zijn. Zodra het hCG weer normale waarden vertoont, zal de bloedcontrole één keer per maand plaatsvinden. Gemiddeld duurt het 3 tot 4 maanden voordat de hCG waarden weer normaal zijn. Het advies is om nadat de hCG waarden weer normaal zijn, nog een half jaar te wachten met opnieuw zwanger worden.
Een enkele keer komt het voor dat het hCG niet (voldoende) daalt. In dat geval zijn er teveel blaasjes in het lichaam achtergebleven en is de mola dus nog actief. We noemen dat persisterend trofoblast. De blaasjes kunnen dan weer verder gaan groeien en zich via de bloedbaan verplaatsen naar andere delen van het lichaam. Dit kunnen bijvoorbeeld de longen zijn, maar ook andere organen kunnen worden aangedaan. Als het hCG weer stijgt of niet voldoende daalt, is het nodig om te behandelen met chemotherapie. Chemo is een celdodend middel wat de blaasjes dus dood. De kans op genezing is zeer groot en er is geen verhoogd risico op onvruchtbaarheid.
Als er geen kinderwens meer bestaat, kan verwijdering van de baarmoeder (hysterectomie) ook overwogen worden.
Na een persisterende trofoblast is het advies om niet binnen een jaar nadat de hCG waarden weer normaal zijn, opnieuw zwanger te raken.
Er is slechts een heel kleine kans op weer een mola-zwangerschap. Wel wordt er vroeg in de zwangerschap een echo gemaakt om te controleren of het deze keer wel goed is. Als alles goed is (en die kans is dus heel groot) mag je bij een volgende zwangerschap gewoon onder controle van een verloskundige. Er zijn geen verhoogde risico´s op complicaties.
Inleiding miskraam - Sub-onderwerpen
- Doe mee: ALIFE onderzoek
- Buiten baarmoederlijke zwangerschap
- Herhaalde miskramen
- Miskraam
- Contact lotgenoten
- Cytotec
- Eigen verhaal: keuze in curretage
- Voorkomen van een volgende miskraam
- Wanneer arts of verloskundige inschakelen
- Windei
- Eigen verhaal: Missed abortion
- Mola-zwangerschap
- Oorzaken en onderzoeken
- Verwerking van een miskraam






