Spelen met je baby
Baby’s spelen graag.
Een heel kleine baby kan nog niet zo veel met zijn lijfje. Hij heeft vaak genoeg aan aanraking en geluiden. Het geluid van de ouders is daarbij erg belangrijk. Door het contact met de verzorger gaat een kindje oogcontact maken, glimlachen, geluidjes maken en brabbelen, nadoen van mimiek en geluidjes. Maar ook de ervaring van het voelen van harde, zachte, warme, droge, etc voorwerpen levert allerlei ervaringen op voor een baby. Het kind ontwikkelt al doende een idee van zijn lijfje en hecht zich aan zijn verzorgers, waardoor hij zoveel zelfvertrouwen krijgt dat het verder de wereld kan gaan ontdekken.
Door het spelen oefent een baby zijn motoriek, zijn denken en zijn geheugen. Een baby leert begrijpen wat er gebeurt wanneer hij bepaalde dingen doet (als je tegen een bal duwt rolt die weg). Een baby leert zo ook problemen op te lossen (een bepaald blokje kan alleen maar door een bepaald gaatje).
0-2 maanden
Een pasgeborene heeft geen speelgoed nodig. Het “spelen” bestaat uit kroelen, knuffelen, zachtjes strelen. Praten, zingen, wiegen op schoot of in een draagdoek zijn ook prima spelletjes. Praten is bovendien belangrijk voor de ontwikkeling van de spraak/taal. Dat betekent dat de verzorger veel tegen de baby moet praten. Bijvoorbeeld benoemen wat je doet, hardop zeggen welke boodschappen je nodig hebt, een verhaal(tje) hardop lezen.
Als de baby niet reageert of wegkijkt, is het even genoeg geweest, de baby wil dan met rust gelaten worden.
"Door het spelen oefent een baby zijn motoriek, zijn denken en zijn geheugen."
Vanaf 6 weken zal de baby gaan lachen. “Kriebelspelletjes” worden dan steeds leuker. Bedenk dat zo’n kleine baby nog niet zo ver kan kijken, maar vanaf zo’n 30 centimeter kan goed contact gemaakt worden.
2-5 maanden
Vanaf zo’n 3 maanden vindt een baby het leuk om naar bewegende voorwerpen te kijken. Een babygym en een mobile komen dan goed van pas. Plaats het boven de buik van de baby, dan kan hij er goed naar kijken. Zorg dat de baby niet per ongeluk verstrikt kan raken in het speelgoed.
Bij voorkeur kijken baby’s naar “primaire” kleuren: rood, geel, groen, blauw. Overigens kijken baby’s ook erg graag naar hun eigen handjes. Laat het kindje dus op zijn rug liggen, dan komen de handjes vanzelf in zijn blikveld.
Als de baby gaat grijpen, is een (lichte) rammelaar goed. Ook de babygym boven zijn hoofdje kan hij pakken. Geef niet te veel speelgoed, dat leidt hem maar af. Af en toe kan het speelgoed eens omgewisseld worden, dan heeft het kind weer iets nieuws. Geef geen speelgoed met kleine onderdelen dat is niet veilig voor een baby. Het zal namelijk. alles in zijn mondje gaan stoppen. Knuffels moeten dus wel wasbaar zijn.
Rond de vijf maanden gaat de baby wat brabbelen en schateren. Dit is allemaal “praten”, dus daar moet de verzorger wel op reageren. Dat stimuleert de spraak-taalontwikkeling. Spelletjes met een herhaling ( ik zal je pakken, met de bijbehorende gebaartjes) stimuleren het begrip en het geheugen van het kindje, hij zal hierop reageren met lachen.
Het is het beste om een kind van alles wat aan speelgoed aan te bieden: iets zachts, iets hards, iets wat geluid maakt, iets wat wegrolt, etc.
De baby hoeft niet de hele dag beziggehouden te worden. Een baby kan zichzelf ook goed een poosje in de box vermaken. Dus zowel spelen met de baby, als hem de kans geven zelf te spelen.
6-9 maanden
Vanaf een maand of zes is alles wat rinkelt en rammelt mooi speelgoed. Ook een (plastic) babyspiegel is leuk. Maar ook de communicatie blijft belangrijk: gekke gezichten trekken, samen in de spiegel kijken, praten, zingen, etc. De baby ontdekt nu ook zijn voeten: een rammelsokje is nu ook wel grappig.
Het kiekeboe spelen is belangrijk. Een baby wordt rond deze tijd “eenkennig” en gaat scheidingsangst vertonen. Door middel van het kiekeboe spelen begrijpt hij sneller dat de verzorger, er echt wel is hoewel hij hem niet ziet. Wanneer de baby gaat tijgeren en kruipen moet hij wat meer ruimte krijgen. Een speelkleed op de grond is dan nuttig. Ook speelgoed waar hij achteraan kan gaan is leuk, bijvoorbeeld een zachte bal.
Blijf er wel bij, zorg dat het huis veilig is (want de baby “ontsnapt” een keer aan de aandacht), en vergeet niet dat de box een veilige plaats is, waar de baby bovendien beter leert zich te concentreren en enige tijd met een speeltje te spelen.
9-12 maanden
Vanaf negen maanden begint het stapelen, en niet te vergeten het omgooien, interessant te worden. Hiermee oefent het kindje ook de fijne motoriek. Dingen in tasjes of doosjes stoppen wordt ook leuk. Het kind kan dan ook beter kleine dingetjes vasthouden, maar vergeet niet dat baby’s echt alles in hun mondje stoppen !
Baby’s van deze leeftijd vinden het ook erg interessant om al het speelgoed uit de box te gooien; dat is een goed spel voor de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht.
Vanaf een maand of 10 gaan baby’s dingen nadoen, en hier komen de “spelletjes als “klap eens in de handjes” goed van pas. Een baby kan nu ook gezichten herkennen van foto’s. En verstoppertje spelen (een speelgoedje onder iets anders stoppen) is een goede oefening voor het geheugen.
12-14 maanden
De baby gaat nu kleine opdrachtjes begrijpen. Open en dicht doen van doosjes en tasjes wordt erg interessant. Geven en nemen (zeg daarbij ook “alsjeblieft”, “dank je wel”) kan geoefend worden.
Hoe leuk en leerzaam het ook is om met de baby te spelen, hij moet ook de kans krijgen om zich zelf te vermaken en zelf speelgoed te ontdekken. Speelgoed hoeft niet duur te zijn. Een plastic kom of vergiet en een houten lepel zijn ook mooi speelgoed. Een tasje of mandje met een paar dingen er in is ook goed.
Kijk goed of het speelgoed veilig is (niet te zwaar, geen kleine onderdelen) en zorg dat het past bij de ontwikkelingsfase van de baby. Kranten knisperen wel leuk, maar drukinkt is ongezond voor kinderen. Koop liever een knisperboekje.
Veel plezier.
Nelleke Wensink jeugdarts






