Hoe wordt het geslacht bepaald?
Het geslacht ligt vast in de chromosomen.
Chromosomen (en genen) zijn de dragers van allerlei erfelijke factoren. Van elk chromosoom hebben wij er 2, dus ieder chromosoom bestaat uit een paar van 2.
Behalve de eicel en de zaadcel, die hebben van ieder chromosoom maar één deel. Na de bevruchting, als de eicel en zaadcel samensmelten, onstaat er dan een nieuwe cel die weer van ieder chromosoom 2 delen heeft.
De chromosomen die het geslacht bepalen zijn de X en de Y chromosoom.
"De man bepaalt het geslacht van jullie baby"
Vrouwen hebben alleen X chromosomen, dus XX.
Mannen hebben een X en een Y chromosoom, dus XY.
De eicel heeft dus altijd maar 1 X chromosoom.
De zaadcel heeft een X of een Y chromosoom.
Bij de bevruchting is het dus maar net door welke zaadcel de eicel bevrucht wordt, of het een jongen of meisje wordt. Wordt de eicel bevrucht door een zaadcel met een Y chromosoom, dan wordt het een jongetje, wordt de eicel bevrucht door een X chromosoom, dan wordt het een meisje.
De man is dus degene die het geslacht van de baby bepaalt.
En alle verhalen over hoe je van tevoren kunt weten of het een jongen of meisje is, zijn bakerpraatjes. Je kunt aan de manier van dragen niet zien wat het geslacht is.





