Tripeltest
Bij de Tripple test wordt de waarde bepaald van E3, HCG en AFP. (oestradiol, Humaan choriongonodotrofine en Alpha foetoproteïne) en gecombineerd met de leeftijd van de moeder. Een verhoogd AFP gehalte geeft aan dat er een verhoogd risico is op een kind met een open ruggetje. (Ook bij de combinatietest wordt de leeftijd van de moeder uiteraard meegenomen in de berekeningen).
Niet alle kinderen met het syndroom van Down laten een verhoogde kans bij de serumscreening zien. In 60% van de gevallen zijn de waardes in het bloed afwijkend. Bij 40% van de kinderen met het syndroom van Down zijn er geen grote afwijkingen in het bloed van de moeder (zwangere).
Wat zegt de tripeltest:
De tripeltest geeft een risicoschatting aan, het zegt dus niet of je baby wel of niet een neurale buisdefect of het syndroom van Down heeft. De kans op een kind met het syndroom van Down is voor een 20 jarige zwangere vrouw bijvoorbeeld 1:1500 en voor een vrouw van 36 ongeveer 1:300. Na een tripeltest weet je alleen of je een hoger risico hebt dan normaal geldend voor jouw leeftijd. Na de tripeltest zul je dus een vervolgonderzoek (vruchtwaterpunctie) moeten laten doen als je zeker wilt weten of je kind het syndroom van Down of een neuraal buisdefect heeft.
Voorbeeld: Een zwangere vrouw van 44 jaar heeft normaal een risico van ongeveer 1:30 op een kind met het syndroom van Down. Na de tripeltest wordt duidelijk dat de vrouw een verhoogd risico heeft, bijvoorbeeld 1: 15. Dit zegt dus dat de kans dat het kind van deze vrouw het syndroom van Down heeft 1 op 15 is. Als deze vrouw nu zeker wil weten of haar kind het syndroom van Down heeft zal zij een vruchtwaterpunctie moeten laten doen. Pas na de vruchtwaterpunctie weet zij zeker of haar kind het syndroom van Down heeft.
De tripeltest is zowel geschikt als risico inschatting voor het syndroom van Down als voor neurale buisdefecten. Met de tripeltest is het in principe niet mogelijk om andere chromosoomafwijkingen dan het syndroom van Down te onderzoeken. Soms kan de uitslag toch wijzen in de richting van een verhoogde kans op een andere chromosoomafwijking. Een vlokkentest/vruchtwaterpunctie is dan mogelijk, of bij 20 weken een uitgebreide screeningsecho.
De tripeltest is alleen een risicoschatting, het geeft aan of jouw kind een hoger risico dan normaal heeft op neurale buisdefecten of het syndroom van Down. De tripel test vertelt je dus NIET of je kind één van deze afwijkingen daadwerkelijk heeft.
Wanneer kan de test uitgevoerd worden:
De test kan uitgevoerd worden tussen de 14 en 20 weken zwangerschap. De stoffen die onderzocht worden voor het syndroom van Down zijn eerder aantoonbaar dan die voor het onderzoek naar neurale buisdefecten. Neurale buisdefecten kunnen pas na de 15e week onderzocht worden.
Wanneer is de uitslag afwijkend:
Er wordt gesproken van een verhoogd risico als de test aangeeft dat je een risico hebt van 1 op 200. Dit is het normaal geaccepteerde risico voor vrouwen jonger dan 36 jaar en wil dus zeggen dat van de 200 baby's die geboren worden er 199 geen syndroom van Down hebben en 1 wel. Als uit de test komt dat je een hoger risico hebt dan 1 op 200, dan heb je recht om vervolgonderzoek te laten doen. Voor het opsporen van het syndroom van Down zal het dan gaan om een vruchtwaterpunctie, voor het opsporen van een neurale buisdefect zal er in de meeste gevallen, worden aangeraden om een speciale echo te laten maken.
Hoe betrouwbaar is de tripel test:
Zoals al eerder geschreven, is de tripeltest een test die een risicoinschatting aangeeft. Hij zegt niet of je baby de afwijking wel of niet heeft. Stel dat de uitslag aangeeft dat je een risico hebt van 1 op 150 en je bent 30 jaar. Dan heb je dus een hoger risico dan andere vrouwen van jouw leeftijd, maar de kans is nog steeds het grootst dat je baby het syndroom van Down niet heeft. Van de 150 vrouwen die bovenstaande uitslag krijgen zullen er 149 een kind krijgen zonder het syndroom van Down en 1 met het syndroom van Down.
De test voorspelt bij jonge vrouwen vaker fout dan goed. Hoe ouder de vrouw, hoe vaker de test juist voorspelt. Onderstaande tabel geeft dit aan. Hoe ouder je bent, hoe groter de kans dat de test het goed voorspeld. De voorspellende waarde van de test is niet zo goed voor jonge vrouwen. Je kunt je afvragen of het wel zin heeft een risicobepalende test te doen al je vrij jong bent: je risico is al heel laag. De kans dat de test anders uitwijst, is klein. En als de test zegt dat je risico laag is, kan hij er nog naast zitten ook.
Leeftijd onder 25 jaar 25-29jaar 30-34 jaar 35-39 jaar 40-44 jaar
Kans op
goede voor- 35% 40% 54% 76% 93%
spelling
kans op
uitslag hoger 2% 3% 7% 20% 49%
dan 1 op 250
Vrouwen die op grond van de indicaties recht hebben op PND krijgen de tripeltest vergoed door de zorgverzekering. Heb je geen indicatie, maar wil je de test toch laten uitvoeren? Dit kan, maar je moet zelf de kosten betalen, die liggen rond de 60 euro.
Onderzoek naar aangeboren afwijkingen - Sub-onderwerpen
- Risico inschattende testen
- Indicaties voor PND
- Nekplooimeting
- Dubbeltest
- Combinatietest
- Tripeltest
- 20 weken echo
- Vlokkentest
- Vruchtwaterpunctie
- Navelstrengpunctie
- Welke test, wanneer
- Schematisch overzicht
- Meer informatie
- Eigen verhaal: Heidi en Stan
- Eigen verhaal: Mar
- Eigen verhaal: ons kindje is niet levensvatbaar










