Combinatietest, dubbeltest en nekplooimeting
Door de vroege bloedtest (dubbeltest) en de nekplooimeting te combineren krijg je meer zekerheid of je wel of niet een verhoogd risico hebt op een kindje met het syndroom van Down (en ook op een kindje met Edwardssyndroom of Patausyndroom, dit zijn ook chromosoomafwijkingen, maar ze komen veel minder vaak voor dan het Down syndroom). Tussen week 9 en 14 van de zwangerschap kan de bloedtest worden uitgevoerd, Tussen week 11 en 14 wordt de nekplooimeting gedaan. Door een combinatie van beide uitslagen wordt de betrouwbaarheid van de risico-inschatting een stuk groter. Het blijft overigens wel een risico-inschatting. De gecombineerde test is de meest betrouwbare risico-inschatting die er is en dus betrouwbaarder dan de dubbel- of tripeltest.
Het nadeel van de gecombineerde test is dat hij alleen iets zegt over het risico op chromosoomafwijkingen (met name het syndroom van Down) en hartafwijkingen, de test is dus niet geschikt om lichamelijke afwijkingen, zoals neurale buisdefecten, op te sporen.
Het risico op neuralebuis afwijkingen is niet van de leeftijd van de ouders afhankelijk.
Een vrouw van boven de 36 heeft dus wel een hoger risico dan een jongere vrouw op een kind met het syndroom van Down, maar geen hoger risico op een kind met een open rug.
Ben je zwanger van een tweeling? Dan krijg je een uitslag voor ieder kind apart. Als van één van de kinderen het risico verhoogd is krijg je vervolgonderzoek, zoals een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, aangeboden.
Onderzoek naar aangeboren afwijkingen - Sub-onderwerpen
- Risico inschattende testen
- Indicaties voor PND
- Nekplooimeting
- Dubbeltest
- Combinatietest
- 20 weken echo
- Vlokkentest
- Vruchtwaterpunctie
- Navelstrengpunctie
- Welke test, wanneer
- Schematisch overzicht
- Meer informatie
- Eigen verhaal: Heidi en Stan
- Eigen verhaal: Mar
- Eigen verhaal: ons kindje is niet levensvatbaar





