Nekplooimeting
Bij alle foetussen is tussen de 11e en 14e week van de zwangerschap een dun vochtblaasje onder de huid in de nek te zien, de zogenaamde nekplooi. De dikte van de nekplooi varieert met de zwangerschapsduur en de normaalwaarden zijn door onderzoek bekend geworden. Normaal is een nekplooi maximaal 3,5 mm dik. Uit onderzoek is gebleken dat bij 80% van de foetussen met het syndroom van Down (mongooltje) er sprake is van een verdikte nekplooi (>3,5mm), er is dus meer vocht in de nekregio zichtbaar. De nekplooi is slechts tijdelijk en verdwijnt later in de zwangerschap.
Verdikking van de nekplooi komt voort uit een verstoorde of vertraagde ontwikkeling van het lymfesysteem, blijkt uit het promotie-onderzoek van Mireille Bekker.
"60 tot 70% van de baby's met een verdikte nekplooi, blijken GEEN afwijkingen te hebben"
Tot nu toe was de oorzaak van een verdikte nekplooi nog onduidelijk. Bekker ontdekte dat bij embryo’s met bijvoorbeeld het Downsyndroom de endotheelcellen in de nek onvoldoende specialiseren tot lymfevaten en te veel op bloedvaten lijken. Hierdoor hoopt vocht zich op in de lymfezakjes in de nek.
Problemen in de specialisatie van deze primaire endotheelcellen kunnen ook leiden tot andere afwijkingen, zoals hart- en vaatziekten.
Op grond van de leeftijd van de zwangere vrouw, de zwangerschapsduur en de dikte van de nekplooi kan een risicoschatting worden bepaald op een kind met Downsyndroom. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans op het syndroom van Down.
De nekplooimeting geeft slechts een risicoschatting aan. Dus als tijdens de echo blijkt dat de nekplooi verdikt is dan kan alleen met vervolgonderzoek (vruchtwaterpunctie of vlokkentest) zekerheid worden verkregen of je kind wel of niet het syndroom van Down heeft.
Uit onderzoek is gebleken dat bij tussen de 60 en 70% van de foetussen met een verdikte nekplooi na vervolgonderzoek geen Down syndroom werd gevonden. Dus van de 100 x dat er een verdikte nekplooi wordt gevonden blijken tussen de 60 en 70 foetussen het syndroom van Down niet te hebben. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans is dat je kindje het syndroom van Down heeft. Aan de andere kant wordt ongeveer 70% van de kinderen met het syndroom van Down opgespoord als er een nekplooimeting wordt verricht.
Daarnaast is gebleken dat een sterk verdikte nekplooi een aanwijzing kan zijn voor andere chromosoomafwijkingen, hartafwijkingen of genetische syndromen. Als er een sterk verdikte nekplooi wordt gevonden dan zal de a.s. ouder de keuze krijgen voor vervolgonderzoek in de vorm van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Als hieruit blijkt dat het kind geen chromosomale afwijkingen (zoals het syndroom van Down) heeft dan wil dit nog niet zeggen dat de foetus geen andere afwijkingen heeft. Vaak wordt er bij ongeveer 20 weken zwangerschap nog een uitgebreide echo gemaakt om eventuele hartafwijkingen op te sporen, maar ook als die niet gevonden worden blijft de kans aanwezig op afwijkingen die niet met de echo te zien zijn of met de vruchtwaterpunctie gevonden worden.
Een nekplooimeting moet worden gedaan door een verloskundige/echoscopist die veel ervaring heeft en is bijgeschoold in de specifieke meting. Het gaat immers om millimeters en een geringe mismeting kan al veel onrust en onnodig onderzoek veroorzaken. Als je eventueel een nekplooimeting wilt, bespreek dit dan met je verloskundige of arts. Je verloskundige kan de meting zelf uitvoeren als zij hiervoor is opgeleid, of je verwijzen naar een, op dit gebied, ervaren echoscopist.
Een nekplooimeting gecombineerd met een dubbeltest geeft een betere inschatting of je kindje wel of niet een chromosoomafwijking heeft zoals het syndroom van Down. We noemen dit de combinatietest.
Heb je geen indicatie voor prenatale diagnostiek, dan kun je dit onderzoek op eigen kosten laten verrichten. De kosten voor een nekplooimeting liggen tussen de 70 en 80 euro.
Onderzoek naar aangeboren afwijkingen - Sub-onderwerpen
- Risico inschattende testen
- Indicaties voor PND
- Nekplooimeting
- Dubbeltest
- Combinatietest
- 20 weken echo
- Vlokkentest
- Vruchtwaterpunctie
- Navelstrengpunctie
- Welke test, wanneer
- Schematisch overzicht
- Meer informatie
- Eigen verhaal: Heidi en Stan
- Eigen verhaal: Mar
- Eigen verhaal: ons kindje is niet levensvatbaar





