De anticonceptiepil
Orale anticonceptie, oftewel de (combinatie)pil, is een manier waarbij je hormonen slikt die de eisprong beïnvloeden. Als je geen hormonale anticonceptie gebruikt, rijpt er iedere maand een eicel in je eierstok. Halverwege je cyclus springt het eitje uit de eierstok en komt in de eileider (de eisprong). Als je rond de tijd van de eisprong gemeenschap hebt kunnen de zaadcellen bij het eitje komen en zo voor een bevruchting en dus een zwangerschap zorgen. Door de hormonen die in de pil zitten, wordt de rijping van het eitje geremd, er is dus geen eisprong en er kan geen bevruchting plaatsvinden. Een nadeel van de pil is wel dat je dagelijks hormonen slikt. Deze hormonen (oestrogenen en progestagenen) komen uiteraard in je lichaam terecht en hebben invloed op meerdere processen in je lichaam. Zo is diverse malen beschreven dat de combinatiepil een licht verhoogd risico geeft op trombose en/of embolie. Vrouwen die roken, zeker als ze ouder zijn dan 35 jaar, wordt de pil sterk afgeraden. Ook vrouwen die te dik zijn of waar in de familie trombose voorkomt wordt afgeraden om de pil te gebruiken.
Een voordeel van de pil is de grote betrouwbaarheid bij juist gebruik en de makkelijke manier van inname. Verder heeft het gebruik van hormonen ook weer positieve effecten en is de kans op bepaalde ziekten, bijvoorbeeld eierstokkanker kleiner.
De eerste drie weken na de bevalling wordt het sterk afgeraden om de pil te gebruiken. Dit omdat er in die periode een verhoogde aanmaak is van stollingsfactoren in het bloed en er dus al een verhoogd risico is op trombose. Daar de pil dit risico nog licht kan verhogen is het niet verstandig om binnen drie weken na de bevalling met de pil te beginnen.
Met de pil kan gestart worden op verschillende momenten:
- drie weken na de bevalling, je mag er dan vanuit gaan dat de eerste strip veilig is.
- op de eerste dag van je eerste menstruatie. Voor vrouwen die flesvoeding geven is dit meestal zes tot acht weken na de bevalling. De eerste strip is in dit geval veilig, er hoeft geen aanvullende anticonceptie gebruikt te worden. Als je borstvoeding geeft kan het maanden duren (soms wel zes tot acht maanden) voordat je weer ongesteld wordt.
- Op ieder willekeurig moment. Hierbij is de eerste strip niet veilig, er dient dus aanvullende anticonceptie gebruikt te worden.
Naast de keuze wanneer je weer wilt starten met de pil, moet er ook een keuze gemaakt worden welke pil geschikt is. Voor vrouwen die borstvoeding geven wordt geadviseerd om een pil te gebruiken die alleen progestageen bevat. Progestageen beïnvloedt de melkproductie niet en heeft geen nadelige invloed op het gewicht van de baby. Als je voor de pil kiest tijdens borstvoeding is er eigenlijk maar één pil die je kunt gebruiken: de zogenaamde oestrogeen-vrije pil, een pil met één hormoon, een progestageen. De oestrogeen-vrije pil is overigens net zo betrouwbaar als de combinatiepil. Zie voor meer informatie de stukje over de oestrogeen-vrije pil.
De combinatiepil bevat twee hormonen: oestrogeen en progestageen. We weten dat oestrogeen de melkproductie remt. Het starten met een dergelijke pil kan er dus voor zorgen dat de borstvoeding afneemt of zelfs stopt. Daarnaast heeft oestrogeen een negatief effect op het gewicht van de baby. Als je borstvoeding geeft wordt de combinatiepil dus sterk afgeraden.
Op www.anticonceptie.nl kun je een test doen om te kijken welke anticonceptie voor jou geschikt is.






