Afvallen
Een baby krijgt voor de geboorte van moeder wat reserves mee. Dit is een prima regel van moeder natuur omdat baby’s die borstvoeding krijgen de eerste dagen moeten leven van hun reserves. Daarnaast heeft een baby bij de geboorte extra veel vocht bij zich. De eerste dagen na de geboorte leeft een baby op de reserves van moeder en verliest vocht aan de buitenwereld. Deze twee factoren zorgen ervoor dat alle baby’s de eerste dagen afvallen.
Meestal vallen baby’s de eerste 3 tot 4 dagen af, dan blijven ze een dag stabiel en vervolgens gaan ze groeien. Dit patroon is hetzelfde bij alle baby's, het maakt niet uit of hij fles- of borstvoeding krijgt. Een baby mag maximaal 10% van zijn geboortegewicht afvallen. Baby’s die erg weinig afvallen, groeien over het algemeen ook minder snel. Baby’s die flesvoeding krijgen groeien vaak gelijkmatiger dan borstgevoede baby’s.
"Als je baby meer dan 7% is afgevallen zal de verloskundige of kraamverzorgster meer aandacht geven aan de voeding en proberen te achterhalen waarom je baby afvalt."
Als je baby meer dan 7% is afgevallen zal de verloskundige of kraamverzorgster meer aandacht geven aan de voeding en proberen te achterhalen waarom je baby afvalt. Als je borstvoeding geeft kan het bijvoorbeeld zijn dat je voeding nog niet goed op gang gekomen is en je kunt dan het advies krijgen om te gaan kolven. Ook kan het zijn dat je baby niet voldoende van de achtermelk krijgt (de laatste melk uit de borst). De achtermelk bevat vooral de vetten, voormelk vooral antistoffen en vocht. Laat je baby altijd minimaal 1 borst goed leegdrinken om er zo voor te zorgen dat hij ook voldoende vetten krijgt.






