Melk baby
Tot de leeftijd van 6 maanden kun je borstvoeding of volledige zuigelingenvoeding geven. Daarna kun je doorgaan met het geven van borstvoeding, volledige zuigelingenvoeding kun je beter vervangen door opvolgmelk. Je kunt beide als drinkmelk geven. Je kunt van afgekolfde melk of van zuigelingenvoeding ook pap maken. In gewone melk zit veel eiwit en weinig ijzer, daarom is er speciale opvolgmelk verkrijgbaar die minder eiwit en meer ijzer bevat. Deze past beter bij de behoefte van kindjes tussen zes en twaalf maanden. Vanaf 7 maanden kun je als toetje een klein gewoon toetje geven, bijvoorbeeld yoghurt. Je kunt hier ter variatie een beetje vla of vruchten(moes) door mengen. Geef liever geen kant- en-klaartoetjes omdat deze veel suiker bevatten of zoet zijn, zodat je kind aan een zoete smaak went.






