Diabetes in de zwangerschap
Gevolgen van reeds bestaande diabetes als je zwanger wordt:
Diabetes type 1:
Tijdens de zwangerschap onttrekt je baby glucose aan je bloed, zodat je bloedglucose lager is dan normaal. Tussen de 16e en 32e week neemt de behoefte aan insuline meestal toe. Het is belangrijk om vaak te meten en de hoeveelheid insuline of jouw voeding aan te passen, zodat je de bloedglucosewaarden zo scherp mogelijk kunt houden. De kans op hypo’s is hierdoor groter. De meeste hypo’s kunnen geen kwaad voor de baby, herhaaldelijk ernstige hypo’s wel. Door lage bloedglucosewaarden kun je je draaierig en akelig voelen. Het is dus zaak om heel alert te zijn en vaak te meten. Omdat vrouwen met diabetes type 1 vaak schildklierafwijkingen hebben, zal de functie van jouw schildklier ook onderzocht worden.
De bevalling
Vaak wordt de bevalling voor de uitgerekende datum gestart in verband met de risico’s die hierboven omschreven zijn. Jouw bloedglucose wordt tijdens de bevalling zo vaak als nodig gecontroleerd. Na de bevalling wordt de bloedglucose van de baby ook gecontroleerd en krijgt hij zonodig glucose. Als de longen nog niet helemaal rijp zijn, kan de ademhaling moeilijk op gang komen. Als jij diabetes type 1 hebt of als daar aanleiding toe is, wordt jouw baby op de kinderafdeling opgenomen zodat hij extra gecontroleerd kan worden.
Na de bevalling moet je weer het juiste evenwicht vinden tussen jouw voeding en medicatie, zodat je weer een goede instelling bereikt. Ook als je diabetes hebt, is borstvoeding een prima keuze. Het geven van borstvoeding heeft echter ook invloed op jouw bloedglucosewaarde, dus het blijft belangrijk om vaker dan normaal te controleren en jouw medicatie en voeding zo nodig aan te passen. Als je diabetes type 1 hebt, zal na de bevalling de functie van jouw schildklier onderzocht worden.






